De Wiendbuul

De Wiendbuul

De oprichting van de Wiendbuul
In Wanssum is op 1 februari 1952 carnavalsvereniging De Wiendbuul officieel opgericht. Dat gebeurde op initiatief van mensen als Jan Weijers, Teng Wolters en Rinus van Els. Zij vonden dat zoals ergens anders carnaval gevierd werd, dit in Wanssum toch ook moest kunnen. Niet dat er hier niks gebeurde: De meeste inwoners (een enkeling die Carnaval in Venray vierde daargelaten) verzamelden zich in het bondslokaal, waar de toneelclub van fanfare Concordia op zaterdag- en zondagavond een voorstelling gaf, waarna de aanwezigen zich vermaakten met hossen, dansen, zingen en drinken. De overige carnavalsdagen brachten de feestvierders ook zo door in de plaatselijke cafés en in het Bondslokaal.

Vanuit die toneelclub werd de eerste aanzet gegeven tot het officiële carnaval. En nadat in 1951 Rinus van Els in café Poels spontaan een tafellaken om kreeg gehangen en onofficieel tot prins werd uitgeroepen, werd het jaar daarna in de behoefte van een carnavalsvereniging voorzien door de officiële oprichting van De Wiendbuul. Met Jan Weijers als voorzitter, Teng Wolters als vorst, Rinus van Els als nar en een raad van elf, die Mathieu van Els als eerste prins op het oog had. Jan Weijers schreef een brief aan deze in Nijmegen studerende Wanssummer met de vraag of hij ervoor voelde en zo ja, of hij dan ook maar meteen een ceremoniemeester wilde benoemen. Mathieu voelde zich heel vereerd en stuurde per post een brief aan Weijers terug met de aanhef: ‘Waarde ceremoniemeester’. De carnavalsvereniging kon van start.

Op carnavalszondag verzamelde prins Mathieu I en de Raad van Elf zich bij café Poels. De prins had een gehuurd chique rokkostuum aangetrokken en kreeg een prinsenmantel omgehangen. Die was gemaakt van een aantal konijnenvellen, waarvoor jager Herman Rutten de stof had geleverd. In die kleding trok hij met zijn gevolg naar het Bondslokaal, waar de toneelclub van de fanfare een voorstelling gaf om de kas te spekken. Na aflook van de toneelvoorstelling presenteerde de Raad van Elf en prins Mathieu I zich aan de velen belangstellenden. Ceremoniemeester Jan Weijers stelde het gezelschap voor, de prins deed een woordje en loco-burgemeester Herman Rutten, van de toenmalige gemeente Wanssum, overhandigde de gemeentelijke sleutel met de aansporing om voor een goede carnavalsvereniging te zorgen.

De volgende dag trok ’s middags een carnavalsoptocht door Wanssum. Elke buurt deed mee met eigen bouwsels en er was een heuse prinsenwage met een stellage waarop de prins en de Raad van Elf stond. De bonte stoet vertrok vanaf het Landbouwbelang en slingerde zich als een kleurig lint door de straten in het centrum met het Bondslokaal als eindbestemming. Ook werd er een verklede voetbalwedstrijd gehouden. ’s Avonds was het dansen in het Bondslokaal. Op de dinsdagmiddag besloten de prins en zijn gevolg spontaan met de prinsenwagen naar Geijsteren te gaan, waar het een vrolijke boel werd. Vrolijker in ieder geval dan op de terugweg toen op de Geijsterseweg de wagen ineens stopte, de stellage brak en het hele gezelschap vanuit de hoogte naar beneden viel. Wonder boven wonder bleven de verwondingen beperkt tot enkele schrammen. Zeker ook voor prins Mathieu I die boven op Mia Gielen viel, de eerste en tot nog toe laatste prinses in de geschiedenis van De Wiendbuul. Tijdens zijn slottoespraak zei de prins: ‘Ik had slechter terecht kunnen komen’.

’s Avonds was er in het Bondslokaal een uitbundig dansfeest, waarbij ook volop werd gezongen. Vooral het eerste carnavalslied ‘Wiend ien de zeile’, geschreven door Hent Timmermans, werd nogal eens ten gehore gebracht. De prins en zijn gevolg gingen eerst echte uitsmijters eten in het café van Stippen Thei en schreven tussendoor met de balpen op blocnotepapier onderscheidingen uit, die later op de avond werden uitgereikt aan verdienstelijke personen. Tot slot werd met een toespraak en veel gejoel het carnavalsfeest officieel gesloten. Om 24.00 uur was de carnaval voorbij. Aswoensdag was aangebroken. Om zeven uur ’s morgens werd volgens traditie naar de kerk gegaan om het assenkruisje te halen.


Enthousiasme
Het enthousiasme over de geboorte van een carnavalsvereniging was groot. Binnen de kortste keren hadden zich al zo’n vijftien inwoners zich als lid gemeld. Een aantal dat in de loop der jaren bleef groeien. Zeker nadat De Wiendbuul per 1 januari 1991 een open vereniging werd, waardoor iedereen lid kon worden. Het aantal leden steeg in de loop van de jaren tot over de 250.

Nadat in 1953 in verband met de watersnoodramp in Zeeland geen prins uitkwam (Jan Weijers zou het worden), werd het jaar daarop de draad weer opgepakt. Opnieuw was er sprake van grote eensgezindheid onder de Wanssumse bevolking, die zich massaal en enthousiast achter de nieuwe prins Paul I (van Els) schaarde. En het enthousiasme bleef. Toto op de dag van vandaag. De carnavalsvereniging groeide uit tot een niet meer weg te denken fenomeen dat saamhorigheid bevorderde. De Wiendbuul werd een van de belangrijkste verenigingen in het dorp. Temeer omdat er in de loop van de tijd initiatieven werden genomen tot allerlei activiteiten. Zo ontstond er onder andere het jeugdcarnaval en de boerenbruiloft en kwamen er Bonte Avonden. Voor de bevolking aantrekkelijke activiteiten die de vereniging een completer en volwaardiger aanzien gaven. Nagenoeg alle nieuwe initiatieven bleken succesvol. Alleen de liedjesavond en een poging tot herstel van de vroegere tweede Wanssumse kermis op 7 november ter gelegenheid van Sint Lindert, waren een minder succes.


Waarom de naam Wiendbuul?
Waarschijnlijk komt de naam vandaan van het feit dat de mensen vroeger de Wanssummers maar opscheppers vonden met een grote mond waar niks zinnigs uit kwam. Een lege zak met wind. Een zak is een “buul” in het dialect, dus is de naam Wiendbuul geboren.


Hofkapel / Wiendzäk
Speelden leden van fanfare Concordia een belangrijke rol bij de oprichting van De Wiendbuul, ook namen ze de muzikale omlijsting van het carnaval voor hun rekening. Ze vormden de hofkapel onder leiding van dirigent Serke Verkoyen, die een aanwinst bleek voor de kersverse vereniging. Als Meulebèker Muzikanten werd de carnaval voorzien van muziek. De hele dag zeten de muzikanten op het podium om de Wiendbuulen te voorzien van gezellige carnavalsmuziek. Ook op de Bonte Avonden waren de Meulebèker Muzikanten van de partij om tussen de optredens door de bezoekers te trakteren op muzikale noten.

In de eerste jaren speelde de hofkapel alle schlagers. ’s Avonds werden die ten gehore gebracht en moest er gestemd worden wie er ging winnen. Serke ging ’s middags naar Jan Hermkens met de vraag of hij niet wat kon schrijven. Ze hadden nog niet een echte topper op het programma staan. ’s Middags, letterlijk tussen de soep en aardappels, is Jan Hermkens aan het schrijven gegaan. Snel bij Filo Mina laten stencilen, naar de hofkapel om te oefenen en ’s avonds ten gehore brengen. Eén van de eerste liedjes uit het Wiendbuu;eriek was het volgende:

WIEND IEN DE ZEILE1952
Wiend ien de zeile, zörge án de kant.
Zingt mit Wiendbuule, de Prins is ien ‘t land.
Lang lève Wanssum, mak mit ós plezier.
Prins Theej d’n Twedde, regiert mar enne kieër.

Later op de Bonte Avonden werd door vastelaovesgroep ‘De Kritici’ een parodie gemaakt op de Venrayse schlager ‘Pieël mien dörp”, wat vertaald werd naar “Wanssum geej ziet van meej”. Dit lied wordt tot nu toe nog altijd uit volle borst gezongen. De tekst was als volgt:

ODE ÁN WANSSUM
1986: Tekst: Pieter Timmermans – melodie: “Home on the range”
Uutvoering: De Kritici (Pieter Timmermans, Jan van Els, Manus Poels & Maarten Gommers)

Refrein:
Wanssum, geej zied van meej.
Ik ken gèn plats, die zò moj is ás geej.
Vör meej is d’r mar ieën, dat is Wanssum allieën.
Geej en ik, dat gäöt noeëits mer vörbeej.

Án dat dörp van de wiend, waor ik speulde ás kiend,
blief ik deenke zòlang ás ik lèèf.
‘k Was d’r jaore hieël blie, dat vergette toch nie,
D’r is gèn plats, waor ik zòveul um gèèf.

Blauw en wit op ‘t Broek, mit Ni-jjaor enne koek,
zoeë is Wanssum beej ied’rieën bekend.
Moj muziek, silo’s voer, enne roeëje pestoer.
Man, ik vuul meej daor bieëstig verwend.

Mot ik oeëit van ów gaon, dan is ‘t nie gedaon.
Ien mien hart godde mit, zondermieër.
Ok al mot ik hieël wiet, van ów weg vör altied,
ás ‘t efkes kan, bin ik wèr hier.

Ook nu nog is de fanfare de grootste leverancier van muzikanten voor de joekskapel. De joekskapel “De Wiendzäk” zijn nu nog steeds nauw betrokken bij de carnaval. De muzikale omlijsting wordt tegenwoordig gedaan door een discotheek, maar de vrolijke noot wordt gespeeld door de joekskapel. Bij de bezoekjes aan andere verenigingen gaat de joekskapel met de Raad van Elf mee, om daar de tent op de kop te zetten.


Prins & Vorst
De keuze van de prinsen is in de loop der jaren veranderd. In de beginjaren waren het vrienden onder elkaar waarbij er in de kroeg iemand prins werd gemaakt. De jaren daarna kwam de prins iedere keer uit de Raad van Elf. Alle leden van de Raad van Elf konden gekozen worden om prins van de Wiendbuulen te zijn. De leden van de carnavalsvereniging brachten ieder hun stem uit op een lid van de Raad van Elf. Op de avond van de bekendmaking van de prins ging eerst de complete raad naar beneden in de kelder. De kelder onder de buhne waar de voorzitter bekend maakte wie er dit jaar de prins mocht zijn. Door alle oud-prinsen wordt dit nog altijd als een hoogtepunt ervaren. In het jubileumjaar van 2006 is hier vanaf gestapt en kwam er een prins van buiten de Raad van Elf. De eer viel ten deel aan Prins Frans IV (Gielen). Dit beviel toen goed. De verrassing was groter, zodat dit vanaf toen veranderd is.

In het huidige bestuur is er een commissie samengesteld van oud prinsen, bestuursleden en de voorzitter welke de nieuwe prins van de Wiendbuulen gaat kiezen. Rond Wanssumse Kermis wordt de nieuwe prins gevraagd die vanaf dan moet zwijgen tot de tweede zaterdag na 11 november.

De vorsten hebben een belangrijke taak binnen de carnaval. Als spreekstalmeester leiden zij de activiteiten door de carnaval heen. Het begeleiden van activiteiten op de buhne, het woord richten naar andere verenigingen, het begeleiden van de prins, enz. zijn taken die bij de vorst horen. Onze vorsten hebben ieder hun eigen verhaal over hoe ze het een en ander hebben ervaren. Sommigen hebben wel moeilijke momenten meegemaakt, maar ook heet veel hoogtepunten. De uitreiking van de prijzen van de optocht en het presenteren van de, ieder jaar weer geweldige, bonte avonden zijn prachtige momenten voor de vorst.


De optocht
Aan de optocht deed iedereen mee. Volk dat aan de kant stond, kwam niet uit Wanssum. In twee dagen werden de wagens gebouwd. Niet te moeilijk. De optocht startten bij Piet van Els bij het Landbouwbelang. Voorop ging de Wiendbuulepop die door van Enckevort was gemaakt. De route liep tot het eind van de bebouwing en weer terug naar het Bondsgebouw. Er waren zo’n 4 à 5 wagens. Iedereen die papieren uit wilde delen ging naar Filo Mina ofwel Phiel. Zij stencilden alles wat je ook wilde hebben. Thei Geurts maakte altijd een wagen van sneeuwwitje. Hier mochten alle kinderen van het dorp op zitten. Moeders die net een baby hadden gekregen, mochten op de wagen genaamd “Kiendjes Koffie”. Bovendien werd in de loop van de jaren de optocht op maandag steeds groter en groeide uit naar een kwalitatief hoog niveau.


Activiteiten
De jeugdcarnaval ging van start in 1966 en sloeg vanaf het begin aan bij de jongeren. Nog steeds neemt het een belangrijke plaats in als kweekvijver van talenten die de continuïteit van de Wiendbuul garanderen.
Een jaar later werd begonnen met de eerste boerenbruiloft, die ook een groot succes bleek te zijn. Aangezien het animo om een Boerenbruiloft te organiseren steeds minder werd, is besloten om in 2011 ermee te stoppen.
Op initiatief van Jan van Els, Piet Timmermans, Manus Poels, René Wijnhoven, Ben Lenssen en Maarten Gommers werd in 1969 een begin gemaakt met de Bonte Aovende. Die avonden bleek een schot in de roos te zijn en tot op de dag van vandaag trekken ze volle zalen. De avonden worden verzorgd door uitsluitend artiesten uit het eigen dorp.
Sinds 2009 organiseert de carnavalsvereniging ook een middag voor de ouderen van Wanssum.


Medailles
In 1974 werden de eerste carnavalsmedailles uitgereikt. Deze zijn ontworpen door Theo Bos.
Vijf jaar later verscheen de eerste Wiendbuuleplak. Deze jaarlijkse onderscheiding gaat naar mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de gemeenschap en werd tijdens de zitting van de bonte avond uitgereikt. In 1979 was ook de eerste carnavalsmis een feit, inmiddels een jaarlijkse traditie. Voor degenen die zich inzetten voor de Wanssumse jeugd, werd in 1991 het Miniplekske in het leven geroepen.


Toekomst
Mede door deze variatie aan activiteiten is de WIendbuul in de loop van de jaren uitgegroeid tot een belangrijke vereniging voor jong en oud, met evenementen voor iedereen wat wils. Gedragen door de Wanssumse bevolking kan de vereniging de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Temeer omdat ze een vaste kern enthousiaste leden kent die bereid zijn op elk moment de handen uit de mouwen te steken. Bovendien is vanuit het bloeiende jeugdcarnaval de jaarlijkse aanwas van gemotiveerde medewerkers verzekerd. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.

Het logo van CV De Wiendbuul: